TRANS-AFRIKA 10 FEBRUARI - 20 MEI 2007

5e REISIMPRESSIE: NAMIBIE, ZUID-AFRIKA EN TERUGBLIK

Alle (fiets)ruimte

NAMIBIE
Dat een land me zou kunnen fascineren zonder dat ik wat bijzonders zou voelen voor zijn inwoners, ik kon het me niet voorstellen. Tot aan de Namibische grens.
Allereerst de inwoners van Namibië. In een land twintigmaal zo groot als Nederland wonen nog geen twee miljoen mensen, waardoor je er tijden kunt rondtrekken zonder iemand tegen te komen. Als je dan uiteindelijk in een stad als Windhoek of Swakopmund aankomt, waan je je door de architectuur in een Duitse provinciestad. Vervolgens doen boertige blanken in zware terreinwagens en zwarte lageloonslaven je vermoeden dat de apartheid nooit heeft opgehouden te bestaan. Hier heb ik niets mee.
Maar dan de woestijn, die doet dat allemaal vergeten. De hitte en de droogte vernauwen je bewustzijn, want het op peil houden van de vochthuishouding domineert je gedachten. De lucht is zo droog dat een vers gesmeerde boterham na enkele minuten is veranderd in krokante toast; je tong, lippen en handen vertonen al snel een soortgelijke gebroken hardheid.
Het gravel wegdek vergt aandacht, want soms is het zand rul en dan is stuurmanskunst vereist. Maar ver boven al dit ogenschijnlijke ongemak torent uit de schoonheid van de woestijn. Een oneindige ruimte, met alle kleurschakeringen tussen lichtgeel en donkerbruin, afgewisseld door schaarse vaalgroene begroeiing en grijs gesteente, brengt je in een soort trance. En wie dacht dat de woestijn doods is: zelfs de zandduinen zijn voortdurend in beweging door de warme wind. De duinen van Sossusvlei zijn geen dag dezelfde en zijn bij zonsopgang van een buitenaardse schoonheid.

ZUID-AFRIKA
Na het oversteken van de Oranjerivier (de grens tussen Namibië en Zuid-Afrika) wordt de wereld geleidelijk aan bewoonder en westerser, om je in Kaapstad in staat te stellen weer alles te verkrijgen wat je in Europa kunt vinden. Toch blijkt ook hier uiteindelijk de natuur de baas, want op onze laatste fietsdag wordt de zuidwestelijke hoek van Zuid-Afrika getroffen door een zware storm. Na bijna honderd dagen non-stop warm, droog en zonnig weer, kunnen we op de gure Cape Point en Cape of Good Hope alvast een beetje wennen aan de gedachte terug te keren naar huis.
Het weer versnelt ook het nostalgische terugblikken op ruim drie maanden stralend Afrika.

TERUGBLIK
Afrika, eigenlijk is het zo'n groot continent dat je er niets algemeens over kunt of durft te zeggen. Onze Trans-Afrika tocht bestond uit drie duidelijk te onderscheiden blokken:

  1. van Cairo door Egypte, Soedan, Ethiopië en Noord-Kenia naar Nairobi; het meest onontgonnen en avontuurlijke gedeelte, met veel (islamitische) gastvrijheid;
  2. van Nairobi door Tanzania, Malawi en Zambia naar de Victoria Falls; het hart van Afrika, dat in alles appelleert aan 'Out of Africa';
  3. Botswana, Namibië en Zuid-Afrika; zuidelijk Afrika, met in toenemende mate een westers tintje.
Werkelijk niet een van de tien landen stelde ons teleur, maar ik heb wel mijn voorkeuren, die door meerderen in de groep worden gedeeld.
De meest memorabele dagen waren die in het afgelegen Noord-Soedanese Nubië, de dagen waarop we het sterkst het gevoel hadden aan iets heel bijzonders te zijn begonnen. Het meest enerverende land was Ethiopië, een voortdurend haat-liefdegevoel hield de hartslag rusteloos hoog in het land van de fameuze hardlopers. Tanzania was het meest aantrekkelijke land, ik zou er zelfs wel willen wonen. Wonen in Afrika? Aan de Afrikanen zou het niet liggen, want eigenlijk kwamen we bijna overal heel aardige mensen tegen. En door de potentiële ziekten zou ik me ook niet laten afschrikken, daarvoor is de welzijnsbalans na 100 dagen te positief: iedereen was aan het einde van zijn rit blakend(er) gezond en onze twee zoontjes zijn uitsluitend sterker geworden tijdens deze drie maanden outdoor. Maar ik voorspel Afrika voorlopig geen grote toekomst. Overal kwamen we de diepgewortelde (en veelal gerelateerde) problemen tegen van corruptie, overvloedige en verkeerd bestede hulpgelden, geringe arbeidsproduktiviteit en HIV/AIDS. Het moment waarop hier van binnenuit en eensgezind de schouders onder wordt gezet, lijkt nog ver weg.

Dan misschien nog niet in Afrika wonen, maar er in ieder geval wel blijven fietsen: wat een fietscontinent!
Op die laatste stormachtige dag na, konden we niet een slechte fietsdag noteren. Het meest verraste ons de verkeersdrukte, of beter: de niet-drukte. Zelfs als we de grotere, doorgaande wegen namen, konden we de gemotoriseerde medeweggebruikers tellen op de vingers van een hand. Het wegdek was slecht in Noord-Soedan en Noord-Kenia, verder rolden de wielen vooral over glad asfalt. Om ons nog een duwtje in de rug te geven, hadden we vrijwel het gehele traject de wind mee.
De kilometerteller stond in Kaapstad op zestienduizend, vierduizend meer dan gepland omdat we een aantal keren ver omreden voor het bezoeken van National Parks. Van die zestienduizend kilometers deden we ruim een-derde op de fiets en reden we rest in de overland truck.
Overlanding bleek fantastisch! Door de combinatie fiets-truck konden we de mooiste stukken pedaleren en de saaiere gedeelten sneller afleggen. Doordat we alles - tenten, keuken, kampeergerei - bij ons hadden, waren we volledig vrij en zelfvoorzienend. Voor het comfort verbleven we om de zoveel nachten in een hotel, maar persoonlijk vind ik niets gaan boven een > 1000-sterren-overnachting in een tent onder de Afrikaanse hemel.
Overlanding gaat van A naar B, gaat ergens naartoe; het is per definitie geen toer. Dat zorgt voor richting en gedrevenheid, zelfs als je maar een gedeelte van het totale traject meedoet. Dat de groepssamenstelling om de zoveel tijd wijzigde doordat gasten in- of uitvlogen, deed daar niets aan af; die wisselingen zorgden zelfs voor een aangename dynamiek.

Het gevoel van grenzeloze zelfsturing dat overlanding geeft, vraagt om meer. Onder de kop 'Overlanding Cyclist' organiseren we daarom in april/mei/juni 2008 een 70-daagse 'Grote Trek' door Zuid-Afrika, Lesotho, Swaziland, Mozambique, Zimbabwe, Botwana en Namibië.
Op de tweede zaterdag van februari 2009 start de tweede editie van '100 dagen Cairo -> Kaapstad'.

Ik heb altijd gedacht dat de tocht over de Pakistaans-Chinese Karakoram Highway onze mooiste is; een nummer 1 die zijn toppositie nooit zou hoeven af te staan. Gelukkig zijn sommige reizen onvergelijkbaar, want hier in Kaapstad ben ik toch aan het twijfelen: hebben we een nog mooiere georganiseerd?

Pascal Kolkhuis Tanke
Kaapstad, 21 mei 2007