TRANS-AFRIKA 10 FEBRUARI - 20 MEI 2007

4e REISIMPRESSIE: ZAMBIA, BOTSWANA, NAMIBIE

De Great Eastern Road naar Lusaka

'Wij zijn te oud om te emigreren, maar onze kinderen moeten hun geluk ergens anders gaan zoeken'. Sue Brooks zei het met een meewarige blik in haar lichtblauwe ogen. Ze was de mooie, soms wat streng kijkende, blanke eigenaresse van Gwembe Safari Lodge nabij Choma.
'Alles in Zambia is veel te duur, ik schaam me vaak gewoon voor de kwaliteit die we daarvoor leveren. En dat komt allemaal door die exorbitant hoge belastingen, waarvan de opbrengsten uitsluitend terechtkomen in de zakken van een heel kleine elite. Niets ervan wordt gebruikt voor de ontwikkeling van het land.'
Vanaf Nairobi, het hart van Afrika in, had het me al vaak verbaasd dat - zeker in de vergelijking met Tropical Cyclists bakermat, Zuidoost Azië - alles zo duur was, terwijl de kwaliteit meestal te wensen overliet.
'De werklust was altijd al gering en de ontwikkelingshulp heeft de mensen alleen maar luier gemaakt. Laat Bono en Bob Geldof hier alsjeblieft twee jaar komen wonen, dan houden ze direct op met hun Live Aid acties.' Hier zat een kranige vrouw die een fraai landgoed bezat en die van haar vaderland hield, maar die de hoop had verloren.
'We kunnen ons als blanken slechts koest houden, want een landonteigening zoals in buurland Zimbabwe, met Mugabe, is elk moment mogelijk.'
Sue overhandigde me de rekening voor de overnachting en keek me indringend aan: 'Ik wens jullie verder een veilige reis naar Kaapstad. Afrika is en blijft een prachtig continent.'

VICTORIA FALLS

Inderdaad, prachtig.
Van de Malawisch-Zambiase grens tot aan de Victoria Falls leek op de landkaart een eentonige doorgaande weg van ruim 1.000 kilometer te zijn, slechts onderbroken door de - naar horen zeggen - onveilige hoofdstad Lusaka. Maar niets van dit alles: voortdurend wisselende landschappen kwamen ons tegemoet, met vlakke, glooiende en heuvelachtige stukken; de weg leek zonet voor ons aangelegd, want het aantal passerende weggebruikers overschreed zelden de tien per uur; en niet alleen de mensen langs de kant waren vriendelijk en toeschietelijk, zelfs in de arme townships van Lusaka hing een ontspannen, bijna gezellige sfeer.
Na duizend kilometers hoefden de Victoria Falls slechts een passende afsluiting te vormen van anderhalve week heerlijk pedaleren door Zambia. Maar ze zijn zoveel meer!
In april, net na het regenseizoen, zijn de Vic Falls op hun volst en dat laat zich in alle dimensies gelden. Van verre zie je eerst een enorme waterwolk uit het land omhoog komen, die me doet denken aan de paddestoel van een atoombom. Dichterbij komend hoor je het water met een enorm geweld naar beneden kletteren. Door de alomaanwezige combinatie van zon en waterdruppels word je omringd door regenbogen. Maar de woeste oerkracht van de natuur word je pas echt gewaar als je over een smal bruggetje dichtbij de watervallen, een kloof wil oversteken: je waant je even in de hevigste stortregen die je je kunt voorstellen, terwijl je toch nog steeds op ruime afstand van de Vic Falls staat. De adem word je ontnomen en drijfnat bereik je de overkant.

BOTSWANA

Om voldoende tijd te creëren voor het Etosha National Park in Namibië, reizen we in vier grote stappen van 300 kilometer/dag door Botswana: fietsen tot aan de lunch en dan nog zo'n vier uur in de overland truck. Botswana is anderhalf keer zo groot als Frankrijk, maar het telt minder dan twee miljoen inwoners. De Trans-Kalahari Highway trekt daarbij ook nog eens door het minst bevolkte deel van het land. Op 300 kilometer is er hooguit een enkele plek waar je een colaatje kunt kopen. De oneindige vlakten van de half-woestijn Kalahari (er valt net iets teveel regen om woestijn te mogen heten, maar de neerslag is veel te gering voor landbouw), zouden door hun monotonie kunnen vervelen, maar ikzelf vind daarvoor de onherbergzaamheid te indrukwekkend. De alomaanwezige 'bush' van dorre, lage begroeiing, roept een diep respect op voor de schaarse San - vroegere benaming: bosjesmannen - die hier weten te overleven.

SAFARI'S

Safari's leren je niets van een land, alleen van de natuur in de onbewoonde nationale parken. Ze hebben niets vandoen met avontuur, want elk risico is uitgebannen. En tenslotte vormen ze een passieve outdoor-variant voor de blanke 'happy few', die liefst zo min mogelijk uit hun gemakszone worden gehaald en die bereid zijn daarvoor buitensporige bedragen te betalen. Aldus het beeld dat Paul Theroux schetst in zijn onvolprezen 'Dark star safari; overland from Cairo to Cape Town'. Na zes wildparken in Kenia, Tanzania, Malawi, Zambia en Namibië kan ik niet anders doen dan hem gelijk geven, maar ook: wat kunnen safari's leuk zijn! In Etosha National Park maken we met twee leeuwen en meerdere neushoorns de zogeheten 'Big Five' rond, want buffels, olifanten en een luipaard hadden we al eerder gezien in Zambiaas South Luangwa. En dan vergeet ik gemakshalve even de ontelbare krokodillen, nijlpaarden, wildebeesten, hyena's, jakhalzen, impala's, giraffen, zebra's en vele andere dieren. Trans-Afrika, op de fiets van Cairo naar Kaapstad, mag allesbehalve een safari-achtige reis zijn, maar zonder enkele wildparken te bezoeken zou je Afrika schromelijk tekort doen.

ZUIDELIJK AFRIKA

'Mzungu', blanke, ruim twee maanden lang waren we een opvallende verschijning. Het is even wennen in Namibië, waar de economische macht in handen is van blanken en waar de meeste toeristen witte Zuid-Afrikanen in dure terreinauto's zijn. Sue's verhaal van hoge prijzen en lage kwaliteit gaat hier niet meer op, want redelijke prijzen en een hoge kwaliteit - Namibië was een Duitse kolonie - staan hoog in het vaandel. We gaan de laatste twintig dagen zeker genieten van de geneugten van zuidelijk Afrika, om ons pas in Kaapstad af te vragen welk deel van Afrika ons nou het meest heeft aangesproken.

Pascal Kolkhuis Tanke
TROPICAL CYCLIST

Windhoek, Namibië, 1 mei 2007