| TRANS-AFRIKA 10 FEBRUARI - 20 MEI 2007
REISIMPRESSIE-3: TANZANIA EN MALAWI (13 MAART -> 6 APRIL)
Slechts zelden bekruipt me het gevoel dat ik niet alleen door een land wil reizen, maar dat ik er ook zou willen wonen. Het nomadische bloed stroomt kennelijk nog steeds wat te snel voor een ruimtelijke binding. Maar soms overkomt dit gevoel me toch. In Tanzania bijvoorbeeld.
16 MAART: BUSH CAMP
Arusha is het toeristische centrum van Tanzania, van waaruit onder andere safari's naar het Serengeti National Park en de Ngorongoro Krater worden georganiseerd. Nog geen honderd kilometer ten zuiden van Arusha houdt het asfalt abrupt op; vanaf dan gaat het tot aan de formele hoofdstad Dodoma (alle feitelijke macht ligt in Dar-es-Salaam) over een onverharde weg die aan het einde van het regenseizoen zeer moeilijk begaanbaar is. Lodges & campsites zijn er gedurende honderden kilometers niet, want welke toerist zou hier nou in vredesnaam passeren?
Het blijkt niet eenvoudig te zijn om op dit traject geschikte kampeerplaatsen te vinden voor zowel onze tenten als de zware overland truck. Op de vlakke stukken is de grond meestal te drassig, langs de bergpaden is vaak onvoldoende ruimte, op sommige plekken is de nieuwsgierige mensendrukte te groot; zo is er telkens een reden om verder te rijden en een betere plek te zoeken.
18.40 uur, net voor zonsondergang. Psssss! Het Kilimanjaro bier golft bruisend uit de bestofte fles.
Opeens waren we langs een kleine weide gekomen, aan de binnenkant van een haarspeldbocht. Omgeven door een dichte jungle en begeleid door een orkest van dierengeluiden, hadden we binnen een kwartier de tenten opgezet, tien minuten later stonden de pannen op het gasfornuis te pruttelen en even later was het hout voor het kampvuur verzameld. Aan de overkant van de bergweg, in de buitenbocht, stonden enkele hutten en eentje daarvan bleek tot onze verbazing een winkeltje te zijn dat flesjes 'Kili' verkocht.
Het lauwe bier stroomt wellustig in de plastic beker. Geen minibar in een airconditioned hotelkamer zou hieraan kunnen tippen. In Afrika gaat niets boven de 'bush camp', want de wereld is dan opeens helemaal van jou en die wereld is ook nog eens adembenemend mooi.
21 MAART: FIETSSAFARI
De weg van Dar-es-Salaam naar Malawi is goed geasfalteerd, niet druk en afwisselend door de variatie aan landschappen. Net voordat de laaglanden voor een zekere eentonigheid zouden kunnen gaan zorgen, doemen de bergen op; maar niet voordat je eerst vijftig kilometer dwars door het Mikumi National Park gaat.
Om vier uur op, om half vijf wegrijden met de overland truck tot aan het park, zo kunnen we precies bij zonsopgang op de fiets kruipen; als de dierenwereld wakker wordt. Niemand heeft ons kunnen vertellen of fietsen toegestaan is op dit traject en die vraag kunnen we in ieder geval ook niet beantwoord krijgen bij de ingang van het park, want er is nog niemand. Wel staan er grote borden die waarschuwen voor de gevaren van wilde dieren, maar ja, komen we niet juist voor de 'wildlife'?
De helft van de groep neemt de tweewieler - "Op eigen verantwoordelijkheid", mompel ik bij het vertrek - terwijl de anderen de hoge positie in de truck verkiezen.
Gedurende de eerste kilometers is vooral de ontwakende natuur betoverend, met de optrekkende mist laag boven de velden en de heuvels.
Al spoedig duiken de eerste dieren op: impala's, waterbokken, wrattenzwijnen, buffels, het is een drukte van jewelste.
'Daar!', alle ogen en wijsvingers gaan naar een paar bomen waarachter een familie olifanten staat te grazen. Zodra ze ons horen, lopen ze schielijk weg. Missie voltooid, denk ik, want onze hoop was vooral gericht op het 'spotten' van een olifant.
Even later komt echter pas het ware hoogtepunt van deze vroege ochtend tevoorschijn. Op zo'n honderd meter van de weg staan plotseling twee giraffen, die niet schrikken van ons afstappen om een foto te maken. Sterker: ze komen nieuwsgierig dichterbij. En als we langzaamaan doorfietsen, beginnen ze met ons mee te rennen. Minutenlang draven ze parmantig naast ons, steeds dichterbij de weg. Pas als we opnieuw stoppen, steken ze over en laten ze ons achter als in een droom. Sprakeloos.
Enkele dagen later vertelt een chauffeur ons dat hij op de vijftig kilometer Mikumi Park veelvuldig leeuwen heeft gezien, vlak naast het asfalt. We voelen ons met terugwerkende kracht ware safarihelden (en stellen elkaar niet de vraag wie het opnieuw zouden aandurven).
Tanzanianen zijn hoffelijk, zelfs een beetje afstandelijk. Een vredig samenleven gaat voor hen boven alles. Mede daardoor is Tanzania een van de weinige landen in de regio dat niet geteisterd wordt door etnische twisten. Het moet hier goed toeven zijn, ook langer dan tijdens dertien dagen Trans-Afrika, in een weelderige, diverse natuur en bij een heerlijk tropisch klimaat. Bovendien heb ik het gevoel dat de vaart erin zit, want er wordt hard gewerkt en de grootste armoede lijkt achter de rug.
Misschien is wonen in Tanzania nog een stapje te ver, maar we moeten in ieder geval terug naar dit land vlak onder de evenaar. Exploring Tanzania & Zanzibar staat al in de agenda van 2008 (juli/augustus).
MALAWI
Malawi was mijn eerste Afrikaanse fietsland en zal altijd een apart plekje behouden. Vanaf de formaliteiten aan de grensovergang tot aan de binnenkomst van de hoofdstad Lilongwe komen herinneringen boven en wordt mijn beeld bevestigd: Malawi is het ideale land om Afrika mee te beginnen. Op malaria na, doet niets in 'The warm heart of Africa' denken aan de gevaren die zo vaak geassocieerd worden met dit continent. De ontspanning gaat zelfs zo ver, dat je het gevoel zou kunnen krijgen dat in dit land niets verandert.
In vergelijking met onze zomerse Malawi-tocht is het fietsen nu wel flink zwaarder. Hoge temperaturen, een drukkende luchtvochtigheid aan het einde van het regenseizoen en een wind die niet - zoals wel in de zomer - voortdurend in de rug blaast, maken het pedaleren uitputtend. Maar de bloeiende natuur, na alle neerslag van de afgelopen maanden, maakt alles goed.
We zijn nu op dag 55, dus iets over de helft van 100 dagen Trans-Afrika. Nog steeds is niemand geveld door enige ziekte maar, sterker, blaakt iedereen van gezondheid. Met het weer hebben we geluk, want alle dagen zijn stralend: zonnig, droog en warm. Soms komen we ergens net voor het regenseizoen (Kenia, Noord-Tanzania), soms net erna (Zuid-Tanzania, Malawi), nooit rijden we erin. Tot nu toe waren we met gemiddeld tien gasten onderweg, vanaf morgen zullen dat er telkens drie à vier meer zijn. Trouwens opmerkelijk, hoe harmonieus we als wisselende groep dit vreemde continent doorkruisen. Dat zegt veel over de deelnemers, maar zeker ook iets over de vriendelijkheid van Afrika!
Pascal Kolkhuis Tanke
TROPICAL CYCLIST
Lilongwe, 5 april 2007
|