TRANS-AFRIKA 10 FEBRUARI - 20 MEI 2007

REISIMPRESSIE-2: ETHIOPIE EN KENIA Mooie mensen

Waarom kan ik maar niet boos op hen blijven, op Ethiopiërs?!

4 MAART
In de verte klinkt religieus vrouwelijk gezang, de volle maan belicht alle tenten naast de 'overland truck', een frisse avondbries waait door de bomen en blaast onze zoontjes Ion (4) en Dacian (1½) vredig in slaap, Dorina fluistert: "Bijzondere, turbulente dag, niet?" Na de droge savannes ten zuiden van Addis Ababa gisteren, was het landschap vanochtend opeens heel groen en tropisch geworden. Venijnige klimmetjes hadden het tempo gedrukt, evenals de voortdurend drukke weg: vol met mensen wel te verstaan; ergens naartoe lopend, altijd onduidelijk waarheen en waarom. De drukte was niet verminderd toen we ons kampement hadden opgeslagen, want direct had zich een menigte van nieuwsgierigen gevormd rond de touwen die we hadden gespannen om ons terrein af te bakenen (in Ethiopië een absolute noodzaak bij wild kamperen). Eerdere ervaringen in de afgelopen week hadden ons geleerd dat niets veilig was binnen grijpafstand, dus alles - tenten, fietsen, keuken, bagage - stond meer dan een meter binnen de ruim gespannen cirkel. Toen ik echter het eten aan het opscheppen was, net na het invallen van de duisternis, zag ik opeens toch de schimmen van een jongen binnen de touwen. Grabbelend in onze spullen! In mijn witte Soedanese gewaad rende ik op hem af, maar dit leek al snel een onmogelijke tweestrijd met Haile Gebreselassie te gaan worden. In een soort snoekduik dook ik daarom naar zijn benen. Vervolgens rammelde ik hem door elkaar - eindelijk de woede uitend die zich had opgekropt na eerdere diefstallen van fietsspullen en camera's - totdat ik zeker wist dat hij niets had gestolen en duwde hem daarna pootje hakend weg naar zijn teruggedeinsde collega's.
Natuurlijk kon het eten hierna niet smaken. De stilte binnen onze groep werd slechts gebroken door het dreigende gehoon van de Ethiopiërs, die zich op zo'n tien meter van de touwen hadden gegroepeerd.
Een bezoek aan het dichtsbijzijnde dorp bood gelukkig soelaas. Galgalo, de enige jongeman die daar Engels sprak, en Sola bleken bereid om voor 200 Birr (ongeveer 20 euro) onze bewakers te zijn tot aan de vroege ochtend. "One gun is enough?", zei Galgalo - zelf bewapend met een grote stok - toen hij mjn vragende blik zag bij Soals komst met een groot geweer.

Ik geef Dorina een kus: "We moeten alleen niet teveel geluid maken, want dan gaan Galgalo en Sola schieten!"

5 MAART
Waarom kan ik in vredesnaam maar even kwaad worden op Ethiopiërs, en nooit boos blijven?

We kwamen hier om te fietsen en Ethiopië is voor de ware fietser zo'n paradijs dat dat al veel van mijn vergevingsgezindheid verklaart. Pedalerend door de 'highlands' ten noorden van Addis Ababa, op hoogten tussen de 1.800 en de 3.000 meter (zonder enige hoogteziekte), over prachtige wegen met heel weinig verkeer, onder een stralende zon en bij een heerlijke temperatuur van zo'n 25° C, turend over weidse, glooiende verten, wil je niets anders dan jezelf blijven voortbewegen op een fiets. Geen moment van eentonigheid kan je uit je roes halen.
Mocht je toch een seconde wegdommelen, dan zorgen de Ethiopiërs er wel voor dat je wakker blijft. Ze zijn overal, werkelijk overal. En overal nadrukkelijk aanwezig, vooral de kinderen. 'You, you, you, YOU!' komt luidkeels uit de kleinste mondjes. Bergop rennen ze stukken met je mee, met soepele tred en zonder enige ademnood. 'Where are you go?', de vraag wordt ontelbare keren op je afgevuurd, maar toch stop je nooit met antwoorden bij zoveel enthousiasme. Slechts een heel, heel enkele keer hoor je een steentje achter je op het asfalt: de verhalen over menigten kinderen die fietsers met stenen bekogelen zijn schromelijk overdreven.
Mooie mensen hebben een voorsprong in het sociale verkeer, dat is zelfs wetenschappelijk bewezen. Ethiopiërs, vooral de bewoners van de 'highlands', zijn prachig en misschien verklaart ook dat mijn coulantie. Slank, atletisch, fijn uitgesneden trekken in het donkerbruine gelaat, een blik die dwars door je heen kijkt, lange wimpers boven die sprekende ogen: het is onmogelijk om een Ethiopiër niet aan te kijken.
"I think Ethiopia is more beautiful than Europe, where you were calling to", zegt het tienermeisje in de telefoonwinkel, dat waarschijnlijk nooit verder weg is geweest dan (hooguit) haar provincie. "Sir, may I ask you a question? Can I cycle with you? To Holland?", vraagt de receptioniste in het hotel in Bahir Dar. Zulke uitspraken zijn om in te lijsten, mijn dictafoon staat er vol van.
Bovenal mag je Ethiopiërs gewoon niets kwalijk blijven nemen. Armoede is zeker geen rechtvaardiging voor strukturele diefstal en bedelarij, maar het maakt het wel begrijpelijker. Elke keer als we na de maaltijd de zak met vuilnis achterlaten en we zien dat deze binnen een seconde wordt aangevallen door een razende wervelwind van omstanders op zoek naar lege flessen, ben ik me daarvan bewust. Hoe vaak je dit ook ziet gebeuren, het went nooit.

Net voor de grens met Kenia schrijf ik in mijn agenda: Exploring Ethiopië-Eritrea-Djibouti, oktober 2008. Ik wil deze regio beter leren kennen, we moeten hier terugkomen.

6 MAART
Moyale is het grensdorp tussen Ethiopië en Kenia. De scheidslijn tussen het Ethiopische en het Keniase gedeelte van het dorp is boterzacht, want de bewoners van beide zijden lopen voortdurend heen en weer. Alhoewel je voor zowel Ethiopië als Kenia een visum nodig hebt, is het ook voor mij geen enkel probleem om vanuit Kenia weer even terug te wandelen naar Ethiopië, bijvoorbeeld om een biertje te drinken (Keniaas Moyale is islamistisch en ogenschijnlijk alcoholvrij).
Vrijwel iedereen die van Addis Ababa naar Nairobi moet reizen, doet dat met het vliegtuig. De 1.800 onherbergzame kilometers vergen in een wagen minimaal vier dagen, vandaar. Maar bovenal is het de veiligheidssituatie die velen afschrikt, want de eerste 600 Keniase kilometers worden regelmatig opgeschrikt door aanvallen van 'shifta's', bandieten van veelal Somalische origine. Bij onze aankomst in Moyale blijkt kortgeleden weer zo'n overval te hebben plaatsgevonden en daardoor is er geen discussie mogelijk: we mogen slechts door onder politie-escorte. Van Moyale tot aan Turbi krijgen we vijf agenten mee, tussen Turbi en Marsabit vergezellen ons vier politiemannen en tenslotte gaan tot aan Archer's Post twee gewapende militairen mee in de truck.
Des te verrassender is het als je aan zo'n verlaten grenspost plotseling een Koreaanse toerist tegenkomt, die bovendien een foto van je wil maken. "For my mother." Hij wil graag weten hoe lang het rijden is tot aan Marsabit: "How many hours are you going to Masturbate?"
Al snel na het verlaten van Moyale blijkt dat we niet afstevenen op een kortstondige climax, maar dat we rekening moeten houden met een eindeloze vibratie. Bijna 600 kilometers onafgebroken 'wasbord'-wegdek liggen voor ons en zowel op de fiets als in de truck worden onze spieren en gewrichten geen moment met rust gelaten.
Het landschap is indringend door de monotonie van de eindeloze, droge savannes, slechts zo nu en dan afgewisseld door een kleine nederzetting. De kleurig geklede stammen, met talloze kettingen om de nek, flonkerende sieraden in het haar, uitdagende piercings door het lichaam en de mannen vaak bewapend met scherpe speren, laten er geen twijfel over bestaan: je bent hier in een uithoek van Afrika. De droogte van drie opeenvolgende jaren zonder neerslag heeft zowel de bevolking als de veestapel gedecimeerd en dat laat zich voelen door een bedelende, neerslachtig makende benadering. Noord-Kenia wordt vaak Kenia-B genoemd, omdat de regering in Nairobi het links laat liggen. Niets wijst erop dat daar snel verandering in zal komen.

10 MAART
In Nanyuki, precies op de evenaar, zijn we nog slechts een paar honderd kilometer verwijderd van het midden van Cairo 
-> Kaapstad. In 30 dagen hebben we bijna de helft van de 12.000 kilometers afgelegd, de komende 70 dagen kunnen we het wat rustiger aan gaan doen. Het ruigste en avontuurlijkste deel van Trans-Afrika ligt achter ons en dat was een onvergetelijke ervaring voor iedereen van de groep. Niemand is daarbij ziek geworden, vooral door het bewaken van de eigen hygiëne (vaak kamperen en zelf koken).
We zijn benieuwd wat het Hart van Afrika vanaf nu gaat brengen.

Pascal Kolkhuis Tanke
TROPICAL CYCLIST

Nanyuki, 10 maart 2007