TRANS-AFRIKA 10 FEBRUARI - 20 MEI 2007

CAIRO, 9 FEBRUARI

Woestijnfietsen

Aan de vooravond van 100 dagen Trans-Afrika kijk ik nog even op www.volkskrant.nl en lees over de contouren van samen leven en samen werken, het credo van de nieuwe regering. Ik besluit niet meer op de PvdA te stemmen en ben tegelijkertijd de onderhandelaars dankbaar voor hun woordelijke inspiratie: de variant 'Samen leven, samen spelen' is een prachtige leuze voor de komende drie maanden, waarin we met 24 gasten van Egyptisch Cairo door Soedan, Ethiopië, Kenia, Tanzania, Malawi, Zambia, Botswana en Namibië naar het Zuid-Afrikaanse Kaapstad zullen trekken. Vijf deelnemers gaan het gehele traject van deze 12.000 kilometer 'lang(st)e weg van Afrika' afleggen, negentien anderen zullen een stuk meedoen. De gemiddelde reisduur bedraagt zeseneenhalve week. In ieder geval is dat iets van heel intensief samenleven; hopelijk ook van veel buitenspelen, als blije kinderen.

ASWAN - WADI HALFA, 12 & 13 FEBRUARI

Het korte verblijf in Egypte kon slechts een eerste indruk van het land geven. In ieder geval is duidelijk dat hier alles te regelen en te fixen valt - bijvoorbeeld het vervoer van 11 fietsen in een propvolle personenwagon, gedurende de 14 uur durende treinreis van Cairo naar Aswan - mits je maar 'baksheesh' betaalt. Werkelijk voor alles wordt een tip of een fooi verwacht. Je kunt er nerveus van worden, maar je kunt het ook op je lachspieren laten werken. Bovenal zijn Egyptenaren vrolijke mensen, dus dat laatste past het best.

De grote ferry die eenmaal per week de 17 uren aflegt tussen de grensplaatsen Aswan en Wadi Halfa, is de enige mogelijkheid om van Egypte 'overland' naar Soedan te gaan. Overigens moet je voor een redelijke plaats op het overvolle dek wel ruim zeven uren vantevoren aanwezig zijn en vergen de formaliteiten na de boottocht een kleine vijf uren, dus in totaal kun je het best twee dagen voor de grensovergang uittrekken. Dat is zeker geen straf, want het enorme, kunstmatig aangelegde Lake Nasser vormt met de omringende woestijn een prachtig decor om de mengelmoes van Afrikanen aan boord te aanschouwen. Nubiërs, het volk dat tussen Aswan en Noord-Soedanees Dongola leeft, vormen de meerderheid: handelaren beladen met spullen uit Egypte en 'expats' die in het buitenland meer geld konden verdienen dan in hun eigen land. De Nubiërs hebben een weerbarstige relatie met Lake Nasser, want de aanleg ervan heeft velen uit hun oorspronkelijke dorpen verdreven.

In Wadi Halfa staat Errol op ons te wachten, met zijn 'overland truck'. De grote omgebouwde vrachtwagen met plaats voor vele mensen, fietsen, bagage, tenten, kookspullen, eten, drinken (alleen al 600 liter water) en nog veel meer, heeft hij vanuit Zuid-Afrika naar hier gereden. Vanaf nu zal hij ons tot aan de finish in Kaapstad in de omgekeerde richting vergezellen en ondersteunen.

WOESTIJNFIETSEN

Dat was mijn beeld bij Trans-Afrika de afgelopen maanden: fietsen door een oneindige woestijn, in Soedan. En het blijkt nog veel mooier dan ik had verwacht.

Bijna 400 kilometer scheiden Wadi Halfa van de oase Dongola. De enkele chauffeurs die dit eenzame traject afleggen, trekken er minimaal 24 uur voor uit; een gemiddelde van onder de 20 km/uur. De wielen van mijn fiets begrijpen al snel waarom, want ze worden gegeseld door een voortdurende afwisseling van steenslag, rul zand en 'wasbord'-wegdek. De zon is een koperen ploert in een staalblauwe lucht, boven een gortdroog landschap dat nooit verfrist wordt door neerslag. Maar toch is niet dat wat overheerst. De continue variatie in panorama's en kleuren - goudgele duinen die overgaan in lege, bruine vlakten om daarna weer de beurt te geven aan puntige, donkergrijze heuveltjes - en de indringende ruimte zijn wat me sprakeloos maakt. Ik vind het bijna jammer als we na 150 kilometer aan de Nijl in iets groener en bevolkter gebied terechtkomen.

De dagindeling is grofweg: opstaan bij zonsopgang (7 uur), ontbijten en kampement opbreken, om vervolgens tot aan het middaguur zo'n 50 kilometer te fietsen; na de lunch nog zo'n vijf uur in de truck, om voor zonsondergang (half acht) de tenten op te zetten; koken en eten vullen tenslotte de avond. Op deze manier kunnen we 130 kilometer per dag afleggen.
"Errol, daar dichtbij de Nijl, is dat geen goede kampeerplek?"
Errol knikt en stuurt naar rechts, een ogenschijnlijk droge zandvlakte in.
"Shit, we zitten vast!"
Gedurende enkele maanden van het jaar blijkt de Nijl hier uit zijn oevers te treden en het terrein onder water te zetten, waardoor zich onder het zand een drassige kleilaag heeft gevormd. De wielen slippen en zakken alleen maar dieper weg in de aarde.
Van alle kanten komen mensen uit hun lemen huizen gelopen, om ons gade te slaan en ons even later te helpen. Met man en macht duwen tegen een volgeladen, vastgelopen vrachtwagen heeft natuurlijk geen zin, maar het geeft wel het goede gevoel dat we in ieder geval iets doen. Nadat ook een te hulp geschoten vrachtwagen - wat een geluk, want in deze regio passeert vrijwel geen verkeer - met zijn trekkabel geen soelaas heeft kunnen bieden, valt de duisternis in en kunnen we niets anders doen dan hopen dat Allah morgen iets beters voor ons in petto heeft. "Insjallah", zegt een van de dorpelingen.
In een opvallend ontspannen stemming bereiden we de maaltijd en vallen we vervolgens in een diepe slaap, onder een hemel volgepropt met sterren.
In alle hektiek was me opnieuw opgevallen hoe mooi en indrukwekkend de Nubiërs zijn, met hun donkere maar niet zwarte huid, hun scherpe gezichtstrekken, hun open en gastvrije blik in felle, sprekende ogen, hun ranke lichamen en - vooral - hun opvallend krachtige handdruk waarmee ze je verwelkomen. De mannen zijn zonder uitzondering gekleed in een 'jalabia', een wijd wit gewaad, en getooid met een 'emma', een om het hoofd gedrapeerde witte doek. De vrouwen zijn gewikkeld in kleurige 'kameez' en houden - zeker opvallend voor een islamitisch land - je blik met hun ogen net iets langer vast dan je had verwacht.

Soedan zou mijn Trans-Afrikaanse nummer 1 worden, daar was ik de afgelopen maanden van overtuigd. Nog geen week fietsen door de woestijn in dit grootste land van Afrika hebben me uitsluitend gesterkt in die overtuiging. Maar er volgen nog acht landen die Soedan van de troon kunnen stoten. Ethiopië misschien?

Pascal Kolkhuis Tanke
Khartoum, 19 februari 2007