Rwandese Giselle, koersdirectrice

De wagen van de koersdirecteur komt langszij en uit het open dak verschijnt langzaam het ranke bovenlichaam van Giselle Gasana.

Ondanks haar kleine gestalte is duidelijk: zij bepaalt wat hier in de Tour de Rwanda gebeurt. Nog nooit eerder heb ik een koersdirectrice meegemaakt, maar Rwanda is niet voor niets wereldwijd het land met het hoogste percentage vrouwelijke parlementariers, vrijwel de helft.

’35 seconds’ laat het krijtbord in haar hand zien, met daaronder vijf nummers, de rugnummers van de koplopers. Niet een ervan vormt een bedreiging voor mijn gele leiderstrui.

Giselle zei me gisteren tijdens de huldiging: “Nog een etappe te gaan en ik laat zeker morgen geen enkele onrechtmatigheid toe.” Het had geklonken als een geruststelling en als een waarschuwing.

Soms spreekt ze Frans, soms Engels, beide vloeiend. Een paar jaar geleden heeft de Rwandese overheid het Engels als voertaal op school ingevoerd, maar Giselle’s zuivere accent wijst eerder op een studie in het buitenland.

Het bezoek aan het Kigali Genocide Memorial, voorafgaand aan de proloog, had me diep geraakt. In 1994 was ik nog te jong om iets mee te krijgen van een miljoen mensen die gruwelijk werden vermoord binnen 100 dagen; voornamelijk Tutsi’s, maar ook Hutu’s die weigerden mee te doen aan de volkerenmoord. Toen ik na het Memorial bezoek in ‘We survived‘ de getuigenis van Giselle las, kwam het pas echt heel dichtbij. Op haar jongere broer Patrick na, was haar hele familie afgeslacht. Ze was erbij geweest. Ze had gezien hoe buren en vrienden konden omslaan in moorddadige vijanden.

Hergroepering. Giselle verordonneert de volgwagens en –motoren tussen de kopgroep en het peloton, stil te staan en ruimte te geven aan de renners.

Een zich herhalend patroon in alle etappes tot nu toe. In totaal maken we wel veel hoogtemeters op een dag, maar de hellingen in ‘Het land van de duizend heuvels’ zijn te kort om echt gaten te slaan. Het asfalt is als een biljartlaken en het weer is ideaal, allemaal te goed om de koers hard te maken. En ja, werkelijk overal staan mensen je vrolijk en enthousiast aan te moedigen, na alles wat ze hebben meegemaakt: hoe kan jij dan de pijp aan Maarten geven, vanwege een beetje zelf gewild afzien? Rwanda laat me niet los. Ik begrijp nog niets van dit land. En ik wil dat wel.

Patrick, Giselle’s broer, zet zich op kop van de langste beklimming van vandaag. Zijn ploeggenoten nemen een voor een over. Alleen rugnummer 22, Higiro, blijft in het wiel. Hij is ook de enige die me nog kan bedreigen, hem mag ik in geen geval laten gaan.

Ik kraak. Nog even en ik moet eraf. Zoveel verenigde krachten. Hutu’s en Tutsi’s, allen tezamen voor weer een Rwandese overwinning.

“Je zou de eerste buitenlandse winnaar kunnen worden”, had Giselle me gisteren gezegd.

“Als ik win, mag ik je dan mee uit eten vragen?”, had ik gedurfd.

Ze had minzaam gelachen.

’25 seconds’ op het krijtbord, met de nummers 22 en 23 eronder. Giselle lijkt even naar me te kijken.

Ik zou nu een handkus van haar willen, om het gat van 25 seconden in een keer dicht te rijden.

Fausto Coppi had zijn magische Witte Dame, die hem tot grootse overwinningen inspireerde. Giselle zou mijn Zwarte Dame kunnen worden.

                                                                              ***

Het restaurant van het Kigali Genocide Memorial is modern en sober tegelijk.

“Ik kom hier vaak, zoals vele nabestaanden. Het is de plek waar we ons verenigd voelen met onze familie die er niet meer is.” Giselle zegt het op serene toon. Ze is ondoorgrondelijk mooi, ondanks het litteken op haar gezicht, door de aanval met een machete 22 jaar geleden.

“Hoe is het mogelijk dat jullie na zo’n korte periode weer zo opbloeien als land? Iedereen lijkt hier het leven van de positieve kant te willen zien.”

“Dat is waar. Neemt niet weg dat we het onderhuids nog ontzettend zwaar hebben soms. Verzoening is de enige weg naar de toekomst, dat weten we, en vergeven is daarvoor nodig. Maar dat is wel heel moeilijk als het om al je dierbaren gaat.”

Ze staat op: “Ik wil je bedanken voor wat je in de wedstrijd hebt laten zien. En voor je belangstelling is ons land. Un bisou pour toi.”

Ik zou alles hebben gegeven voor een French kiss.

Grenzen Verkennen

Hotel Agda, Semera, Ethiopië, net na zonsopgang. Nog even onder de aircon doorlopen, voor een afscheidsbriesje. We weten dat we vandaag gaan betreuren twee maanden te laat te zijn: afzakken naar Djibouti in mei kan volgens de statistieken niet anders aanvoelen dan fietsen in een sauna.

Het tweede dorpje, Diciotto, liet te lang op zich wachten. Het kwam pas na 70 in plaats van de verwachte 60 kilometer en de venijnige woestijnwind is intussen volledig gedraaid. Een felle föhn droogt elke lichaamsvezel uit.
Locals drommen verbaasd om ons heen. Fietsers. Met bepakking. Die ijskoude flessen mineraalwater over zich heen plensen.
Het is pervers, mineraalwater over je heengooien, in een Afrikaanse woestijn. Maar dat bedenk ik me pas later, want denken gaat nu niet.

Nog één gehucht ("Nergens een koelkast, ik word gek, Monique!") en we komen na 8 uur en 110 km aan in Galafi. Ruim boven de 40 C.
Uitsluitend trucks, alle van Ethiopië op weg naar de kust van Djibouti. Het is hier stoffig, vies en de lucht is gevuld met zinderende wetteloosheid.
"Zal aan de andere kant van de grens niet makkelijk worden om een transfer te regelen naar Djibouti Stad, 200 km", verzucht Monique.
"Ik denk dat exit en entry wel snel zullen gaan", probeer ik de moed erin te houden, vooral bij mezelf.

We halen onze paspoorten en uitgeprinte visa tevoorschijn. Sinds twee maanden zijn online e-visa mogelijk, om het toerisme in Djibouti te bevorderen; alhoewel de prijs ervan (120 USD) niet echt aansluit bij die groeiambitie.
De Ethiopiaanse beambte kijkt verwonderd, belt zijn baas en geeft het papier terug: "Nog nooit gezien, geen instructies over gekregen. Ik kan u niet uitstempelen, want dan kunt u niet meer terug Ethiopië in; u hebt geen multiple entry visum voor ons land. Ik houd uw paspoort en dan moet u eerst informeren vijf kilometer verderop, bij de Djiboutianen, of we u mogen doorlaten."

De beambte vijf kilometer verderop komt tergend langzaam omhoog, van zijn lunch op de grond. Hij kauwt chad, de licht narcotiserende blaadjes waar mannen in de Hoorn van Afrika alles voor opzij zetten.
Hij smeert de handen af aan zijn wikkelrok. Aan Engels doet hij niet en zijn Frans wordt vervormd door de groene resten chad tussen zijn tanden.
"We hebben hier geen internet."
Hij belt zijn baas.
"Die heeft ook nooit gehoord van zulke visa. U hebt een stempel nodig. Djibouti ambassade in Addis Ababa." Dat is 700 km terug.
Hij gaat weer zitten op de grond.

Juist vandaag was me opgevallen hoe oneindig vaak geroepen wordt: "Where are you go?"
En ik had bedacht dat dit een mooie titel zou zijn voor een boek over existentiële vragen.
Nu - geweigerd, geblokkeerd, geflikt - willen Monique en ik maar één ding: where are you go? away!
Weg uit Galafi, waar een nacht - zonder hotel - uitsluitend muggen en angstvallig bewaken van je spullen kan betekenen.
Maar naast nog een enkele volgeladen truck, rijdt helemaal niets meer richting Semera, gisteren door ons bestempeld als 'een gat', nu als 'de bewoonde wereld'.

Mezelf drenkend in het zelfmedelijden dat dit de meest hopeloze reissituatie ooit is - een fietsvakantie door Ethiopië en Djibouti?? - doet plotseling een agent in een minibusje zijn raampje omlaag. Politiemannen in ontwikkelingslanden kloppen vrijwel nooit en deze ook niet, maar de prijs om ons naar Semera terug te rijden, doet er al lang niet meer toe.

De aircon in het busje verfrist geleidelijk onze gedachten.
"Hoe komen we toch nog in Djibouti? We móeten dat stuk verkennen."
"Ik heb bereik! Kijk, er is zelfs een vliegveld in Semera!"
En even later jubelt Monique: "Je gelooft het niet. Morgen, zondag, kun je van Semera over Addis Ababa en Dire Dawa naar Djibouti vliegen!"
Beiden staan we steeds vooraan om onze kinderen belerend toe te spreken over de 'digi' die alles beheerst. Maar nu kunnen ook wij niet anders dan de technologische vooruitgang zegenen.

"Welcome back", zegt de receptioniste van Agda Hotel lachend.
"Where are you go?"

***

Semera, Ethiopië, 5 mei 2018